Archief 2026
Anoniem – Een vrouw in Berlijn € 22.99
Tijdens de laatste stuiptrekkingen van het Derde Rijk probeert een vrouw in het platgebombardeerde Berlijn te overleven. Eind april dendert het Russische leger de stad binnen. Burgers vluchten massaal naar schuilkelders waar de (hygiënische) omstandigheden en het voedseltekort hun al snel parten spelen. Zelf is de schrijfster ingetrokken bij een weduwe en haar ziekelijke huurder. De angst voor ‘Ivan’ is levensgroot. Ook de protagonist wordt het slachtoffer van rovende en verkrachtende Russische soldaten. Buiten het seksueel geweld, zijn de vrouwen slachtoffer van walgelijke vernederingen.
“Opeens vingers bij mijn mond, stank van paarden en tabak. Ik sper mijn ogen open. Handig wrikken de vreemde handen mijn kaken van elkaar. Oog in oog. Dan laat de man boven me bedachtzaam het in zijn mond opgespaarde spuug in mijn mond vallen.”
Om te overleven is het zaak de vijand niet tegen te werken. Om niet ten prooi te vallen aan vele dronken soldaten, beseft ze dat je een beschermheer moet vinden, iemand met gezag die de beesten in toom kan houden. Zij vindt hem in een beschaafde Russische officier. Ook hij is er voor zijn gerief, al vraagt hij toestemming voor hij haar lichaam neemt. Hij voorziet de twee vrouwen en de patiënt van allerhande levensmiddelen en schaarse producten als vlees en suiker.
“… of ik mezelf nu een hoer moet noemen, aangezien ik feitelijk van mijn lichaam leef en het beschikbaar stel om aan levensmiddelen te komen.”
Er zijn nauwelijks Duitse mannen achtergebleven in de stad, mannen over wie door de Russen met minachting wordt gesproken. Het is geen volk van partizanen, maar van volgers die handelen op basis van bevelen. Duitse mannen gruwen van eigenmachtig, illegaal optreden.
“ ‘Onze Duitse kameraden bestormen een station alleen wanneer ze van tevoren geldige perronkaartjes hebben gekocht.’ ” zo drijft een Rus de spot met hen.
Na de oorlog wordt er in het ziekenhuis een controlepost voor verkrachte vrouwen ingericht. De vrouwen zijn de schaamte voorbij. Het is slechts enkelen gelukt uit handen van de verkrachters te blijven, óf door te zijn ondergedoken, óf doordat zij bijvoorbeeld zeer jonge kinderen hadden om voor te zorgen. Bij het aanschouwen van die bloedjes, smolt zelfs de meest geharde Russische ziel.
De ‘Anoniem’ van dit dagboek betreft de (foto)journaliste Marta Hillers. De schrijfster vertelt het verhaal feitelijk, in dagboekvorm. Zij creëert daarmee afstand tot het ondergane leed. Een Vrouw in Berlijn doet denken aan de roman Honger (1890) van de Noorse schrijver Knut Hamsun. Nadat haar notities voor het eerst in de VS waren verschenen onder de titel A Woman in Berlin (1954), werd de vrouw door de Duitse pers verketterd vanwege haar openhartige beschrijvingen. Zij zou de Duitse vrouw bezoedeld hebben met haar werk. Een Duitse editie verscheen in 1959 bij een kleine uitgeverij in Genève. Naar aanleiding van de aanvallen en beledigingen bepaalde Hillers dat een heruitgave van haar werk niet eerder mocht plaatsvinden dan na haar dood. Het was haar uitdrukkelijke wens anoniem te blijven. Marta Hillers overleed in 2002.
Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!
©Eus Wijnhoven,maart 2026
Hendrik Groen (Peter de Smet) – Piaggio
Zeven uitgeverijen wezen zijn eerste manuscript af, maar zijn vriend Karel Helder bood Peter de Smet uitkomst: dagelijks mocht hij een stukje schrijven voor Helders literaire Torpedo Magazine. Een wakkere redacteur van uitgeverij Meulenhoff zag potentie in die krabbels en benaderde De Smet. Aangezien hij geen zin had in ‘al die heisa’, besloot hij onder het pseudoniem Hendrik Groen te verschijnen. Zijn werkwijze is simpel: een uurtje schrijven, ’s morgens. In dagboekvorm. Als hij eens geen zin had en een paar dagen in het dagboek oversloeg, was de protagonist ‘ziek’.
Piaggio is het flinterdunne verhaal over Anton (61) en Marieke (58). Anton is een gedesillusioneerde filiaalmanager van een schoenenwinkel. Vijf maanden geleden is hij ontslagen. Twee jaar eerder heeft zijn vrouw Tineke hem verlaten. Marieke is een spring-in-‘t-veld. Ongewenst hopt ze van de ene one night stand naar de andere; ze heeft een moeizame relatie met haar dochter. Als Anton en Marieke elkaar tegenkomen op het verjaarsfeestje van Antons zuster Lidy, spreken zij in een benevelde toestand af dat zij samen Antons droom in vervulling gaan brengen: in Italië op zoek naar een oude Piaggio en vanuit het zuiden in dat kekke driewielertje naar Nederland rijden.
“Ze wist niets van hem, behalve dat hij een werkloze schoenenverkoper was, en de broer van haar buurvrouw. Ze had meteen gezien dat hij een toupetje droeg. Dat had ze op de een of andere manier vertederend gevonden. Verder was hij net zo verlegen als zijzelf en had hij vriendelijke ogen.”
Tja, dat soort types dus. Tot beider verbazing brengen zij het plan ten uitvoer met hun ‘Pietje Piaggio’. Het verhaaltje is tamelijk voorspelbaar: pech onderweg, twee eenzame zielen die zich steeds meer aan elkaar hechten, gedoe met de dochter. Boven het geluid van het pruttelende motortje uit ratelt Marieke maar door, wat Anton voor lief neemt. Het typeert het Boekenweekgeschenk van 2026: een en al geleuter. Het is bijzonder dat het CPNB dit jaar voor lectuur met een héle kleine l (el) heeft gekozen.
Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!
©Eus Wijnhoven,februari 2026
Sylvia Plath – The Bell Jar € 15,99 (Nederlandse vertaling De glazen stolp € 23.99)
Op achtjarige leeftijd schreef Sylvia Plath (1932 – 1963) haar eerste gedichten. In haar korte leven, zij werd slechts dertig jaar oud, werd zij als groot dichteres beschouwd. Daarna steeg de achting voor haar werk gestaag. Als een van de weinigen werd Plath in 1982 postuum de Pulitzerprijs voor poëzie toegekend.
Plath heeft weinig proza geschreven. Misschien kun je The Bell Jar (De glazen stolp, 1963) wel als haar enige beschouwen. Deze semi-autobiografische roman vertelt het verhaal van ene Esther Greenwood in de eerste persoon enkelvoud. Zij woont, evenals Plath zelf, in een voorstadje van Boston. Als achttienjarige doet zij mee aan een wedstrijd die is uitgeschreven door een modemagazine in New York City. Samen met elf andere jonge vrouwen mag zij een maand in The Big Apple bij het magazine werken, waar zij in de wereld van glamour en overdaad belanden.
“While we were standing up behind our chairs listening to the welcome speech, I had bowed my head and secretly eyed the position of the bowls of caviar.”
In tegenstelling tot haar huisgenoten is Esther niet populair bij de jongens. Haar knappe vriendin Doreen werkt als een magneet op het andere geslacht en neemt Esther mee op sleeptouw, als een soort chaperonne. Hogelijk verbaasd is Esther als er ineens een jongen op de stoep staat. Niet voor Doreen, maar voor haar.
“I was surprised to hear this because of all the blind dates I’d had that year not one called me up again for a second date.”
Voor de deur staat Buddy Willard, het meisjesidool van haar college in Boston. Zij beleven een tamelijk onschuldige, kortstondige relatie. Ook later in haar leven duikt Willard regelmatig op, al wordt het niets meer tussen de twee nadat Buddy haar heeft voorgelogen.
“Then he just stood there in front of me and I kept on staring at him. The only thing I could think of turkey neck and turkey gizzards and I felt very depressed.”
Aan het einde van de maand in New York keert Esther terug naar het ouderlijk huis. Daar krijgt ze een stomp in haar maag: zij blijkt niet aangenomen voor de cursus creatief schrijven. Wat volgt is een zwart gat, waarna het niet lang duurt of de jonge vrouw wordt opgenomen in een psychiatrische inrichting. Meerdere zelfmoordpogingen volgen totdat een vrouwelijke arts haar vertrouwen wint.
Een maand na verschijning van The Bell Jar, dat gepubliceerd werd onder het pseudoniem Victoria Lucas, maakte Plath het ontbijt klaar voor haar twee kleine kinderen en zette het gereed op tafel. Daarna draaide zij het gas open en stak haar hoofd in het fornuis.
Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!
©Eus Wijnhoven,februari 2026
Lieke Kézér – De verloren berg € 24.99
Als zijn vrouw Kira overlijdt bij een eenzijdig ongeval, blijft romancier Thomas Noorman achter met hun drie kinderen: de puberende Cleo (11), de vroegwijze Matilde (9) en de jonge Tommie (5). De twaalf jaar oude hond Zeus completeert het gezin. Te pas en, vooral, te onpas verschijnt Thomas’ zus Coby ten tonele.
“Kom nu maar weer terug, dacht hij. Ik heb geprobeerd deze nieuwe werkelijkheid onder ogen te zien, maar ik ben er niet in geslaagd en vermoed dat dat ook nooit zal gebeuren.”
Vaak spreekt Thomas in gedachten met zijn overleden vrouw, de slapende dichteres. Tommie probeert het zijn vader zoveel mogelijk naar de zin te maken en Matilde bekommert zich om haar broertje. Dagelijks bezoekt Cleo het graf van haar moeder, meestal ’s nachts. De afstand tussen haar en haar vader groeit. Die kloof verdiept zich als Thomas een relatie aangaat met de veel jongere juf van Tommie. Voor Thomas betekent het veel minder dan voor kleuterjuf Laureen, die hem snel als partner beschouwt, terwijl het voor Thomas veeleer een vlucht uit de realiteit is. Als de roddels over de twee opsteken en de kinderen er oren van krijgen, verbreekt hij de relatie, tot groot verdriet van Laureen. Bij het aanbreken van de zomervakantie koopt Thomas een oude camper en vertrekt hij met zijn kinderen en de hond naar de Spaanse Pyreneeën.
Het verhaal speelt in 1994. De hoofdstukken wisselen zich af in de bergen (de trip) en aan zee (thuis). Thomas steekt de ene na de andere sigaret op. Gedurende de reis neemt Cleo steeds openlijker afstand van Thomas, ook al is zij lief en zorgzaam voor haar zusje en broertje. De relatie verbetert allerminst als de bestemming eenmaal is bereikt. Toch vindt zij in een Spaans jeugdvriendje enig houvast en ontstaat er een prille liefde.
“ ‘Ik heb de hele tijd het gevoel dat er iets ergs gaat gebeuren,’ zei ze (EW: Matilde) met gesloten ogen. […] ‘Ik denk het écht. Ik voel gewoon dat er nog iets gaat komen. Het is niet dat ik er alleen maar bang voor ben.’ ”
Reken maar dat er iets staat te gebeuren. Zo krijgt dit tedere verhaal een onverwachte wending die het geheel nóg sterker maakt.
Lieke Kézér is een ster in het typeren van de kinderen. Het gedrag van Tommie, je ziet de duim in z’n mond al voor je: “ ’s Avonds las hij voor bij het afnemende licht. Tommie leunde tegen hem aan, zijn haren waren nat, zijn gezicht schoon.” Maar ook de middelste dochter: “Matilde hield zijn bord in de gaten. Ze keek of hij wel goed at. Ze vroeg hem iedere ochtend of hij wel goed geslapen had.” En natuurlijk Cleo: “ ‘Ik haat je, weet je dat,’ riep Cleo.” Tot slot de wanhopige vader die twijfelt over hoe hij het gezin bijeenhoudt. Zeer knap gedaan.
De verloren berg is een absolute aanrader!
Wilt u deze titel bestellen? Klik dan hier!
©Eus Wijnhoven, januari 2026

